Tips om te filosoferen met je kind

 

Foto vader en dochter

Filosoferen start met vragen stellen over dingen die je opvallen, verwonderen, bezighouden. En dat doen kinderen spontaan. Waarom moeten we delen? Waarom vind jij die tekening mooier dan de andere? Waarom hebben jullie geen speeltijd op het werk? Wij zijn als volwassenen zo gewoon om op alles een antwoord te kunnen geven, dat we die vragen niet altijd meer serieus nemen.

Maar wat als we eens echt gingen luisteren naar de vragen van kinderen en samen de complexiteit van de wereld zouden onderzoeken? Want eerlijk gezegd moeten we toegeven dat er ook nog heel veel dingen zijn die we als mens gewoon met elkaar moeten uitzoeken en betekenis moeten geven. Geen zoekmachine die het antwoord weet op belangrijke vragen over liefde, werk, klimaatverandering, goed of kwaad.

Kinderen bloeien open wanneer ze serieus worden genomen, iemand ziet wat ze kunnen en het gevoel krijgen dat ook hun kijk op de wereld ertoe doet. Hoe je dat doet als ouder? Eén gouden regel: stap uit je rol als alleswetende ouder die de antwoorden heeft. Want vanaf het moment dat jij op alles een antwoord lijkt te weten, stopt het denken van je kind. En daarmee ook het denkplezier. Weg verwondering.

Filosoferen is een manier vragen volop centraal te stellen en ons leven betekenis te geven. Het biedt een tegengewicht voor ons antwoordgericht onderwijs en zorgt voor verbindende gesprekken. En ook jij kan het!

Waar vind je een filosofische vraag?

Het is handig wanneer je kan vertrekken vanuit een filosofische vraag zoals: Wanneer ben je slim? Wanneer ben je te laat? Weet een goudvis wat zwemmen is?

Maar meestal hoef je niet zelf met een vraag te komen, dat doet je kind wel. Luister aandachtig wanneer je kind iets opmerkt wat ons ‘normaal’ bevraagt. Waarom gebruiken we geen mes en vork voor het eten van onze boterhammen, maar wel voor onze avondmaaltijd? Vertrek voor één keer niet vanuit ‘omdat dat zo is’, maar ga mee in de nieuwsgierigheid van je kind en vraag “waarom vraag je je dat af?” of zeg ”dat is een interessante vraag. Wat denk jij?” Kunnen jullie nog andere vreemde tafelregels ontdekken? En zouden die enkel gelden voor ons, of ook nog voor anderen?

Heb je de smaak van het spel te pakken, dan kan je natuurlijk gerust zelf met leuke vragen komen. Hou je van de domme en reken op het verrassingseffect. Hoor je de weerman aankondigen dat de wolken morgen onschuldig zijn, vraag je kind dan eens hoe een schuldige wolk er dan zou uitzien. Kent een wolk het verschil tussen goed of fout?

Ook spelletjes zetten aan tot vragen stellen. Gebruik Vragenvulkaan als inspiratie en houvast.

Ook prentenboeken, films of tv-programma’s zitten trouwens vol filosofische thema’s. Dit zijn enkele (prenten)boeken die je kan gebruiken. Het is wel belangrijk dat jullie de vraag samen willen onderzoeken.

Tips

  • Draai de rollen om: hou je van de domme zodat je kind echt zelf moet denken en stel vooral veel vragen. Jij weet het echt niet als volwassene en hebt als missie om het samen met je kind uit te zoeken.
  • Vertraag: luister naar wat je kind echt zegt. Geef niet meteen een antwoord (tel desnoods tot 5), maar stap mee in de nieuwsgierigheid van je kind.
  • Zet je kind centraal: het nodigt jou uit om van gedachten te wisselen en heeft plezier in dat proces. Neem die uitnodiging met beide handen aan.
  • Blijf dicht bij wat je kind zegt: “Bedoel je daarmee dat…?” in plaats van “Dus, je bedoelt dat….”
  • Vraag om voorbeelden. “Kan je een voorbeeld geven van iemand die een goede vriend is?” En misschien vinden jullie wel een tegenvoorbeeld, waardoor je hele stelling onderuit gaat.
  • Vraag waarom: verdiep je gesprek en vraag door met “Waarom denk je dat?” of “Kan je zeggen waarom hij een goede vriend is?” Zo leert je kind redenen te formuleren en te bevragen.
  • Fantaseer over wat als?: kinderen houden van fantaseren en hebben een breed perspectief. Stel hen eens een Wat als-vraag zoals Wat als iedereen slechts één vriend mocht hebben? Wat als je vriend een robot blijkt te zijn? Dat verrijkt het gesprek en houdt het levendig.
  • Tijdens het voorlezen: vraag af en toe eens aan je kind wat het denkt dat er gaat gebeuren en waarom. Of vraag of ze hetzelfde zouden doen als een personage of wat ze van het gedrag van een personage vinden. Valt er iets op? Pendel tussen voorbeelden uit de realiteit (“Is dat bij ons ook zo?”) en koppel de antwoorden terug naar het verhaal.

Meer filosoferen? Wij organiseren ook vakantiekampen en denkateliers.