Stine Jensen: “Filosoferen is een 21st century skill”

Mensen vragen me vaak wat filosoferen nu opbrengt. En waarom net kinderen het zouden moeten doen. En waarom ik vind dat dat vaak, overal, maar toch voornamelijk op school moet gebeuren. Mijn antwoord gaat dan vaak over hoe belangrijk ik het vind (en ik niet alleen) dat kinderen autonoom leren denken en dat ze leren een ‘probleem’ van verschillende kanten te bekijken.

Door dat te leren staan ze steviger in een wereld die steeds complexer wordt. Want grote of kleine mensen die weten wat ze denken en waarom en het daarover met anderen kunnen hebben in een open sfeer (d.w.z. dat het niet draait om gelijk krijgen), die veranderen een maatschappij. Zij scheppen open ruimtes om oplossingen te zoeken buiten de vastgeroeste kaders en durven in vraag stellen waar anderen al lang de vraag niet meer zien.

Ook filosofe Stine Jensen legt het één en ander helder uit (dat is namelijk haar vak). En pleit al langer voor meer filosoferen op school. In een boeiend interview zegt ze:

“Filosofie is een soort reis langs allerlei manieren van hoe je over de wereld kunt nadenken. Het draait om vragen blijven stellen, om dingen niet als vanzelfsprekend aan te nemen. Je leert dingen ter discussie te stellen. Er komen grote vraagstukken aan, met name voor kinderen. We hebben een kleine wereldbol met veel meer mensen, ecologische problemen. Dan is het wel heel fijn dat je met anderen van gedachten kunt wisselen.”

Filosoferen leert je verhoudingen zien tussen mensen, dingen, maatschappelijke ontwikkelingen. En hoe jij daartegenover staat. Laat je je smartphone liggen omdat iemand je vertelt dat je dat moet doen, of omdat je zelf vindt dat dat beter is?

Je leest het artikel in het Noordhollands Dagblad van 26 augustus 2017 hier.

Dankjewel Stine!