Zomerfilo #1 Vraag aan de zebra

In augustus trakteren we je regelmatig op een beeld, gedicht of boek dat aanzet tot denken, lachen en praten met elkaar. Speelse en verbazingwekkende momenten om met je gezin te delen. Want filosofie is overal en proberen kan geen kwaad.

Vandaag: Het één of het ander?

Een simpele vraag in dit gedicht van Shel Silverstein leidt tot een lawine aan andere vragen. Heerlijk, want eens je erover begint na te denken, kom je snel in de problemen.

Ben jij: 

Ο een rekenknobbel die 8 talen spreekt OF

Ο een talenknobbel die een krak is in rekenen

Ο een sloddervos met nette manieren OF

Ο een net(te) jongen/meisje dat wat laat rondslingeren

Ο een helper die goed wilt doen OF

Ο een goede jongen/meisje dat helpt

Ο gelukkig en af en toe triest OF

Ο triest en af en toe gelukkig

Ο een dierenvriend die graag leest OF

Ο een boekenwurm die houdt van dieren

Kan je beide zijn op hetzelfde moment? Waarom wel of waarom niet?

Kan je een voorbeeld geven?

Hoe voelt dat?

Extra: hoe zou jij kunnen te weten komen of een zebra wit is met zwarte strepen of zwart is met witte strepen?

Veel plezier!

 

 

 

Waarom mogen jongens geen jurkjes dragen?

Internationale Vrouwendag. Laten we dus maar eens nadenken over wat het is om een meisje te zijn (of een jongen natuurlijk!) *

Joris Jan Bas

Joris Jan Bas uit Koog aan de Zaan
trok op een ochtend een jurkje aan.

Toen ging hij naar school met een strik in zijn haar
en alle kinderen pestten hem daar.

´Kan me niet schelen,´ riep Joris Jan hard,
´Ik ben tenminste een beetje apart.

Niet zo gewoon als de rest van de klas.´
Nou zeg, die durfde, die Joris Jan Bas!

De volgende ochtend in Koog aan de Zaan
had iedere jongen een jurkje aan,

behalve een jongen met haar groen als gras.
Je mag drie keer raden wie of dát nou was.

Ted van Lieshout

Om op te warmen, lees je samen met je kind het gedicht Joris Jan Bas van Ted van Lieshout. Ga dan met je kind een gesprek aan. Vergeet daarbij als ouder even je ‘volwassen’ rol en neem een open, onderzoekende houding aan. Waarom pesten de kinderen Joris Jan Bas? Hoe zou jij reageren als morgen bij jou op school alle jongens een rokje aanhadden?

Wil je het wat filosofischer maken, dan kunnen onderstaande vragen je vast helpen:

 

  • Kan een jongen een meisje zijn? Of een meisje een jongen?
  • Waarom mogen meisjes wel broeken dragen, maar jongens geen jurkjes? Is dat altijd zo geweest?
  • Wat mogen jongens wel en meisjes niet?
  • Zijn alle jongens hetzelfde? Zijn alle meisjes hetzelfde?
  • Wanneer maakt het uit dat je een jongen of meisje bent?
  • Wat kan een papa dat een mama niet kan? Wat kan een mama dat een papa niet kan?

Heb je nog tijd over? Dan doe je gewoon nog een creatieve opdracht: stel dat je morgen iemand anders mocht zijn. Wie zou je dan willen zijn en hoe zou je dag eruit zien? Teken of vertel het.

 *Dit is een opdracht uit een zelfontworpen kaartspel. Om ouders en kinderen te helpen ook thuis filosofische gesprekjes te voeren, maakte ik 22 kaarten die elk vertrekken vanuit een alledaagse situatie. Eerst krijg je een korte intro (praten), nadien doordenkvragen (denken) en tot slot een creatieve verwerkingsopdracht (doen). Je kan de kaarten ook gebruiken om een filosofisch spel mee te spelen dat je leert goede vragen te bedenken, verbindingen te maken en hypothetisch te denken. Het spel is in volle ontwikkeling en ik hoop het op een dag wijd te kunnen verspreiden. Misschien heb je er als leerkracht ook iets aan in je klas om kinderen in kleine groepjes mee aan de slag te laten gaan? Heb je tips, feedback, interesse,… ? Laat het me weten via info@denkkaravaan.be.

Is eerlijk hetzelfde als gelijk?

“Maar dat is niet eerlijk!” ? Hoor je dat wel eens thuis of in de klas? Heb je problemen om aan je jongste kind uit te leggen waarom je oudste zoon langer mag opblijven ’s avonds? Of waarom oma net dat groter stukje taart krijgt toebedeeld? Gooi het eens over een filosofische boeg! *

Start met deze intro: Wanneer een taart in stukken wordt verdeeld, kunnen de stukken nooit even groot zijn. Vraag aan je kind of hij/zij een manier weet om de verdeling toch eerlijk te laten verlopen. Moeilijk? Dat is normaal en perfect om hierover verder na te denken.

Vergeet daarbij als ouder even je ‘volwassen’ rol en neem een open, onderzoekende houding aan. Ga met je kind een gesprek aan. Onderstaande vragen kunnen je helpen wat filosofischer te denken:

-Is alles eerlijk verdeeld als iedereen precies evenveel heeft? Of wanneer iedereen precies hetzelfde doet?

-Heeft iedereen evenveel (of hetzelfde) nodig?

-Is eerlijk hetzelfde als gelijk?

-Kan iets eerlijk zijn voor jou en oneerlijk voor iemand anders?

-Wanneer is iets eerlijk? Kan chocolade eerlijk zijn?

Heb je nog tijd over dan kan je bijvoorbeeld een tekening maken over een wereld waar alles eerlijk is. Of net niet. Hoe zouden de mensen kijken? Zouden ze speciale dingen doen? Wie woont waar en wie heeft wat? Laat je fantasie de vrije loop!

Blijven jullie wat verward achter of werden er net enkele gedachten heel helder uitgesproken? Alles kan. Of het de discussie oplost, dat kan niemand voorspellen en hangt van veel factoren af. Maar wees er zeker van dat je je kind een groot cadeau hebt gedaan. Hij /zij heeft nu immers mogen voelen dat er verschillende denkpistes zijn, dat het niet zo gemakkelijk is om te weten te komen hoe je zelf over iets denkt, maar dat het wel een spannende zoektocht kan zijn. Je leerde je kind tegelijkertijd anders kijken naar zichzelf en de werkelijkheid. Je voedde weer even de verwondering.

 (*Dit is een opdracht uit een zelfontworpen kaartspel. Om ouders en kinderen te helpen ook thuis filosofische gesprekjes te voeren, maakte ik 22 kaarten die elk vertrekken vanuit een alledaagse situatie. Eerst krijg je een korte intro (praten), nadien doordenkvragen (denken) en tot slot een creatieve verwerkingsopdracht (doen). Je kan de kaarten ook gebruiken om een filosofisch spel mee te spelen dat je leert goede vragen te bedenken, verbindingen te maken en hypothetisch te denken. Het spel is in volle ontwikkeling en ik hoop het op een dag wijd te kunnen verspreiden.

Misschien heb je er als leerkracht ook iets aan om kinderen in je klas mee aan de slag te laten gaan? Heb je tips, feedback, interesse, … ? Laat het me weten via info@denkkaravaan.be)

Waar ben je als je slaapt? Filosoferen met je kind

Hoe met je kind filosoferen over slapen?

Misschien slaap jij ook al eens wat langer tijdens de vakantieperiode. Slapen is een dankbaar thema om over te filosoferen. Kinderen vinden het geweldig om hierover na te denken. Begin meteen te filosoferen thuis of in de klas aan de hand van dit stappenplan. Sluit je onderzoekje af met een leuke doe-opdracht!

Stap 1: Lees eerst dit voor

Koala’s slapen 22 uur per dag. Dat lijkt veel voor ons, mensen. Maar ook wij hebben voldoende slaap nodig om te kunnen leven, werken, spelen en leren. Misschien viel jij wel al eens in slaap overdag. Wat gebeurde er toen? En als je slaapt, weet je dan eigenlijk dat je slaapt?

Stap 2: Even denken

Deze aanleiding is soms al voldoende om een kort, aandachtig gesprekje te starten met je kind. Willen jullie verder denken? Dan zijn deze vragen zeker een hulp:

-Waar ben je als je slaapt?

-Kan je weren wanneer je slaapt? Kan je zien wanneer iemand anders slaapt?

-Kan je half slapen?

-Als je droomt in je slaap, slaap je dan of ben je wakker?

Stap 3: Even doen

Is je kind na deze filosofische babbel toe aan een doe-moment? Als je met veel bent in huis, speel dan eens ‘dode vis’. Ben je lekker met z’n tweeën, dan speelt iemand geluidloos dat hij/zij wakker wordt, tanden poetst, … (ochtendritueel) en maakt de ander daar passende geluiden bij.

Meer van dit? Volg de Denkkaravaan op Facebook voor nieuwe inspirerende ideeën.